Actueel |
|
Bergen, 23 juli 2008Lieve lezer, Het is eindelijk een beetje mooi weer in mijn tuin en ik moet absoluut nu, NU, aan het nieuwe en laatste boek over Robin beginnen: Robin en de vallende ster. Anders mag ik straks niet naar het strand. Maar ja, jij zit al meer dan drie maanden op een nieuw bericht van mij te wachten, dus vooruit... Het gras heb ik gisteren al gemaaid. Ik heb trouwens al een paar verhaaltjes af voor die nieuwe Robin. Eén ervan gaat zo: ‘Papa,’ vraagt Robin, ‘ben jij wel eens met de pont de zee opgevaren?’ Dat verhaal is af. Nu hoef ik er nog maar vijfentwintig of zo. Of dertig. En die komen allemaal in Robin en de vallende ster. En als dat klaar is, ga ik gedichten voor grote mensen schrijven en als die af zijn... is het oktober en vieren wij grote feesten. Want dan wordt ons kleinkind geboren en krijg ik een Zilveren Griffel voor het prentenboek Sjaantje doet alsof. Of misschien wel een Gouden Griffel, want dat kan ook nog en je weet maar nooit. Ik had dit jaar helemaal niet op een griffel gerekend, ik durfde er niet eens op te hopen. Vorig jaar deed ik dat stiekem wel een beetje, met Robin is verliefd. Hopen, niet rekenen. Maar nu helemaal niet. Er was nauwelijks over Sjaantje geschreven in de kranten en bij de bekendmaking van andere prijzen, zoals de Gouden Uil en de Woutertje Pieterse Prijs, werd Sjaantje niet genoemd. Ik dacht: dit is een boek, hoe prachtig ook, dat wegglibbert, van de wal in de sloot, als een ouwe fiets, rust roest, nooit meer opgepoetst. Sneu. Het ergst vond ik nog, dat Daan geen penseel had gewonnen voor de prachtige prenten die hij bij mijn verhaal maakte, Daan Remmerts de Vries. Zulke juweeltjes en dan geen waardering. Dus de dag waarop de cpnb bekendmaakte welke boeken griffels hadden gewonnen, zat ik gewoon op het terras achter het huis te werken met Frank Lammers. Ik ken Frank van de hoofdrol die hij speelde in de musical Route 66 en nu was tot mijn grote vreugde besloten dat hij de musical De diepvriesdames zou gaan regisseren. We zaten over het scenario te praten en Frank ontvouwde net een briljant plan, toen Margje vanuit de kamer riep: ‘Er komt een heel raar mailtje binnen. Het komt van Jacques Dohmen van Uitgeverij Querido. Hij feliciteert je met je griffel.’ WAT??? ‘Dan issie een jaar te laat,’ zei ik, want ik kon het niet geloven. Maar het was toch echt zo. Een kwartier later kwamen Annelies en Maria, mijn uitgeefsters bij Nieuw Amsterdam, aanzeilen met taart en champagne en bloemen. Teleurgesteld dat ik het goed nieuws al had vernomen, maar ja, zij waren wat aan de late kant. Dat kwam omdat ze eerst bij Jan Paul Schutten langs waren gegaan, die met zijn boek Kinderen van Amsterdam, dat ook door Nieuw Amsterdam is uitgegeven, ook al een Zilveren Griffel had gewonnen. En Jan Paul stond nog onder de douche toen ze kwamen, dat kun je op het filmpje zien dat die dag gemaakt is, kijk maar op www.nieuwamsterdam.nl. Daar kun je ook een reportage zien over de première van de film Morrison krijgt een zusje en een interview met mij, gehouden toen Sjaantje net was uitgekomen. Het werd dus een vrolijke puinhoop, die maandagochtend, want schilder Ruben scharrelde blijmoedig met ladders rond het huis en de dames van Nieuw Amsterdam hadden een cameraploeg meegenomen, en we aten van de taart en we roken aan de bloemen en we zetten de champagne weg want we moesten allemaal nog werken die dag. ‘BAF!’ zei Frank opeens. ‘Die komt aan!’ Hij zat Sjaantje te lezen en had net de verrassende ontknoping tot zich genomen. Vorige week kreeg ik een mail van hem uit Canada: ‘Wat kun jij goed schrijven, daar zou je iets mee moeten doen.’ Positieve kritiek, daar heeft een mens wat aan. Het script van De diepvriesdames is nu dus af, de bundel Ik blijf altijd bij je ook, net als het script dat ik schreef voor de voorstelling van het Rotterdams Philharmonisch, Alien en de Stille Planeet, Margje en ik waren in Varese, op de Europese School aldaar, Marianne is cum laude, with honour, afgestudeerd aan de Universiteit van Wolverhampton en loopt nu stage bij allerlei uitgeverijen, Joost vond een huis en een baan bij de NS, ze zijn opeens alle twee allemachtig volwassen die kinderen van me, Margje doet vanaf 22 augustus mee aan een groepsexpositie in het Kunstenaarscentrum Bergen, de verhalen die zij en ik schreven voor een natuur & techniekmethode van Malmberg, Naut geheten, zijn klaar om op basisscholen gebruikt te worden, en ik nam ook nog een dvd op van mijn boek Robin en Suze. Die zal dit najaar verschijnen bij De Kunst in Tilburg. Bovendien schreef ik eindelijk weer eens een aantal brieven. Daaruit volgen hieronder wat fragmenten. Daar weer onder staat de agenda voor de komende maanden. |
|
Bergen, 14 mei 2008Lieve lezer, Dank voor je weer zeer feestelijke zending. Ik las dat ook ik van iedere brief een feestje weet te maken, nou, ik hoop dat het ook deze keer gaat lukken. Ik ben doodop. Het lichaam kan nog aardig wat, daarover valt niet te klagen, maar de geest, die arme geest. Wij waren in Boedapest, op Texel en in Varese, en dat alles binnen een maand tijds. Daar komt het door. En ik reisde naar binnen, naar de mijn, en schraapte poëzie van de wanden. Ook een klus die je op mijn leeftijd niet al te vaak kunt klaren. Snakkend naar adem kwam ik boven. Ai, daar gaat de telefoon. Het is mijn goede vriend de dichter Frank K. Hij verzoekt mij om toch alsjeblieft niet mijn smoking aan te trekken naar de bruiloft van zijn dochter aanstaande vrijdag. Het is een ingewikkeld gesprek. Het wordt ook een ingewikkelde bruiloft. In de moderne tijd. Men trouwt er weer lustig op los. Het is enorm in de mode, zegt Frank. Maar een smoking, dat mag niet. Het moet een rokkostuum zijn. Daar gaat de telefoon alweer. Het is de componist Fons Merkies met de vraag waar mijn teksten blijven voor de musical Brandende liefde. Die heb ik hem voor ik naar Varese ging al gemaild. Blijkbaar naar het verkeerde adres. Mensen hebben soms zes à zeven adressen, van zoem door de ether tot klepklep in de bus. En dan ook nog op hun telefoontjes. De mensen hebben meer adressen dan vrienden, meer telefoontjes dan fatsoenlijke dingen om te zeggen. Daar is buurvrouw Jantien met rozensnoeitips. Frank zei: ‘Je kunt in een rok naar de plechtigheid komen en daarna moet je die rok uittrekken en verwisselen voor een pak tijdens het diner en voor het feest zou je eventueel een smoking kunnen aantrekken. Zo ongeveer dan. Het staat in boeken maar die boeken ben ik kwijt. Je zou mij een groot plezier doen door in je rode jasje te komen.’ ‘Dat met die jusvlekken?’ vroeg ik. ‘Dat,’ zei Frank. ‘Ik zeg wel dat je een dichter bent.’ ‘Zeg maar dat het moest van jou,’ zei ik, ‘en dat ik altijd doe wat jij zegt.’ ‘Dat is ook een fijne,’ zei Frank. |
|
Bergen, 18 mei 2008Daar ben ik weer. Het heeft even geduurd, want ik was naar een bruiloft. Ik heb fijnschrijvers gekocht. Niet op die bruiloft maar bij de Aldi. En weet je wat er op de verpakking staat? Daar staat: schrijflengte 2000 meter. Nou jij weer. Schrijflengte 2000 meter. Vandaar dat ik deze brief typ en per tnt verzend, want hoe ver woon jij bij mij vandaan? Zeker honderdzestig kilometer. Da’s tachtig fijnschrijvers. Ik vond het aardig dat je mijn Rode zwaan zo roemde in de Lemniscaatkrant. Jammer dat de laatste zin half is weggevallen. Wat had daar moeten staan? Wil je me dat nog eens laten weten? Ik kreeg laatst van iemand een krantenknipsel van bijna twaalf jaar oud, verschenen ter gelegenheid van de publicatie van De rode zwaan. Ik stuur het je bij deze mee. De laatste zin, daar waar ik zeg dat het beleid van de griffeljury zo grillig en onmeetbaar is, die had ik beter niet kunnen uitspreken. Weet je wat er vervolgens gebeurde? Het was het eerste jaar van de Gouden Zoen en de griffeljury dacht dat mijn boek misschien beter door de zoenjury kon worden beoordeeld en de zoenjury vond dat de griffeljury het moest doen enzovoort en toen is het boek ongelezen tussen de twee jury’s in blijven liggen. Ik zweer je dat het waar is, ik heb het van iemand die het weten kan. Nou ja, ik won dat jaar goud voor Robin en God, dus ik mag niet klagen, maar ik doe het toch want ik had dat jaar twee keer goud kunnen winnen! En nu ik toch bezig ben: Het zakmes heeft ook nooit meegedaan in de strijd om de griffels. Het verscheen allereerst bij Uitgeverij In de Knipscheer en dat was toen nog geen officiële uitgever of zo, of ze betaalden geen of te weinig contributie aan de cpnb, of te veel, weet ik het, of hun haar was te lang, maar mijn boek mocht in ieder geval niet meedoen in de dans om de griffels, en toen kwam de film en herschreef ik het boek ingrijpend en kwam het nogmaals uit, bij het deftige Leopold, en toen mocht het niet meedoen omdat het een herdrukje was. Heb ik ook van iemand die het weten kan. Allemaal waar gebeurd. Toen heb ik voor die boeken zelf maar een prijs bedacht: de verfilming. Dan heb je het niet over windeieren! Maar ondertussen houd ik natuurlijk wel mijn hart vast voor het lot van die arme Morrison. Ik denk dat dat boek geen griffel krijgt omdat er foto’s uit de film in het boek staan en geen tekeningen. Dat mag niet van de recensente in de NRC. En ze vindt het ook heel erg dat de moeder van Morrison ophoudt met werken omdat ze een tweede kind krijgt. Ze noemt die moeder een muts. Da’s het niveau van de jeugdliteratuurkritiek vandaag aan de dag. Geen woord over mijn verhaal en hoe het geschreven is. Doe er wat aan, doe iets! Heb jij wel eens gelezen dat de bijbel eigenlijk een waardeloos boek is omdat die muts van een Maria geen baan heeft? Ik niet. Tijd Ik heb een oude klok vol tijd, Die tijd, die ben ik kwijt, O nee! Die is voorgoed van mij. Bovenstaand gedicht verschijnt in een bundel die in augustus gaat verschijnen: Ik blijf altijd bij je. Ik blijf altijd bij je Als de kleinkinderen rijden en wij kijken hoe ze rijden, En daarna nog een kwartiertje, dank je, voor de gezelligheid. Lieve jongen. Lieve meid. Ik heb sinds kort het volste recht om over kleinkinderen te schrijven, wist je dat? Las je de meest recente toevoegingen aan mijn site? Je vroeg naar vrouw en kinderen en huis en haard dus ik denk van niet, want je vergat het kleinkind. Het is er nog niet maar het komt! Of eigenlijk is het er wel. De Japanners zien het embryo als een volwaardig mens, in een iets afwijkend stadium, en ze vieren hun verjaardagen dan ook op de dag van de conceptie en daar hebben ze groot gelijk in. Mijn vriend Thomas Verbogt en ik zijn iedere dag jarig, wij zijn mannen die iedere dag jarig zijn, Thomas en ik. En nu, je hebt het goed begrepen, nu word ik dus opa. Het kind wordt geboren op mijn verjaardag. Ik kan mijn geluk niet op, in oktober houd ik het wereldwonder in mijn armen. Als ik nog maar weet hoe het moet! Hand onder het hoofdje, altijd hand onder het hoofdje, want het nekkie moet nog wennen. Het is het kindje van onze zoon Joost en zijn lief Naomi. |
|
Bergen, 19 mei 2008Ben ik weer. Vanochtend moest ik absoluut koffiedrinken in het dorp, anders kom ik daar nooit meer en vergeet ik dat het bestaat, en vanmiddag zijn Margje en ik naar Egmond gereden, naar Philip, Philip Hopman die het omslag voor Robin en de vallende ster afhad, een boek dat ik nog moet schrijven maar het is altijd heerlijk om het omslag al in huis te hebben want dan kun je ernaar gaan zitten kijken als je je afvraagt waar je het allemaal voor doet. Dan doe je het om dat omslag een inhoud te geven opdat het een boek wordt. Want hij is weer eens zo mooi, die omslagtekening, dattie wel twéé boeken verdient. Je zult het in januari zien. We dronken een glas wijn en spraken over penselen en Spaanse zusjes en paarden en geld. Zo is de stand van zaken hier. En bij jou? |
|
Bergen, 20 mei 2008En nu moet deze brief af! Het is tien uur ‘s avonds en ik ga niet naar bed voor ik althans een piepklein beetje aandacht aan jou heb besteed. God, wat kan ik egotrippen als ik eenmaal los ben. Nou ja, ik heb je nog geen promille geschreven van wat ik had kunnen schrijven. Laat je toch alsjeblieft niet ontmoedigen door stellingen als ‘als p dan q wil nog niet zeggen als q dan p’. Want dat zijn goeie stellingen. Je kijkt ervan op. De invulling die ik erbij kreeg was: ‘Als het regent worden de straten nat wil nog niet zeggen als de straten nat zijn heeft het geregend.’ Nee, want er kan ook een reus hebben staan kwijlen. Je weet het niet. ‘Als jij een recensie schrijft wordt het een goeie recensie wil nog niet zeggen als een recensie goed is heb jij die geschreven.’ Nee, want hij kan ook van Bas Maliepaard zijn. Die kan ook goeie recensies schrijven, bijvoorbeeld over Morrison. Zie je? Je kunt altijd alles op je leven toepassen. In de eerste klas van de HBS leerde ik a+b = b+a. Of omgekeerd. Of nog erger: a+b = a+b. Ik tuimelde in de klas van mijn stoel van het lachen. Mijn leraar vond dat de enige juiste reactie. Toen heb ik twee jaar lang tienen voor wiskunde gehaald. Daarna kreeg ik een leraar van wie je niet mocht lachen. Je zou het boek Yesterday eens moeten lenen uit de bibliotheek, als je straks vakantie hebt. Popfoto’s uit de jaren zestig met verhalen van Roel Bentz van den Berg, Thomas Verbogt en mij. Ik beschrijf daarin mijn puberteit. Als je er niks aan vindt, geef je het maar aan je ouders. Een volgende keer wil ik graag ingaan op het effect van goeie dan wel slechte recensies. De oude wet is: beter een slechte recensie dan geen recensie. Oké. Maar ik schreef je ook over de klap op je muil die je altijd weer krijgt van een slechte. En mijn ouders kochten het boek Peter voor mij naar aanleiding van een goeie. En ik geloof niet dat er één kind is dat afziet van het lezen van Carry Slee nu jij in je Paspoort vermeld hebt dat jij niet door haar boeken heenkomt. Nee, ze worden er eerder nieuwsgierig door: beter een slechte dan geen. Maar beter een goeie dan een slechte. Maar hoeveel exemplaren je extra verkoopt door een goeie? Uitgevers zeggen: adverteren heeft alleen zin voor een boek dat al goed loopt. Met andere woorden: je kunt een boek niet lostrekken, wel meer vaart geven. Ze zullen gelijk hebben, maar ik ben er vaak kwaad om geweest. Misschien later meer over dit onderwerp, als het je interesseert. Het is elf uur. Ik moet mijn rust pakken, schreef mij onlangs een goede vriendin van tachtig. Dus nu ga ik slapen. |
|
Bergen, 25 mei 2008Weer die ellendige zon! Ik zit de hele poos te denken aan al die kinderen in Nederland die weer niet naar mijn film Morrison gaan, maar kuilen graven of vliegers oplaten of in het hoge gras liggen, want dat is nog niet gemaaid, en aan al die ouders die er weer niet aan dénken om hun kinderen vanmiddag een donker hol binnen te slepen. De film kwam aan het begin van de lange lange voorjaarsvakantie uit en na twee weken wilden we het feestje van de Gouden Film vieren, honderdduizend bezoekers, maar nu, een maand later, zitten we nog niet op de helft. Toch staan we in de top-tien van best bezochte films. |
|
Bergen, 5 juni 2008Zie je hoe druk het is hier? Twee dagen niks kunnen schrijven! Nou ja, wel lol gehad. Eerst kreeg ik bericht dat ik waarempel weer een zilveren griffel had gewonnen, dit keer voor het prentenboek Sjaantje doet alsof, met prachtige collagetekeningen van Daan Remmerts de Vries. We kwamen er toen het boek af was pas achter dat Sjaantje een mooie samenvoeging is van de namen Sjoerd en Daan(tje). Die griffel leverde me weer een hoop prachtige bloemen en kaarten en mails en telefoontjes op. Diezelfde dag nog kwam mijn dochter Marianne mij feliciteren en de dag daarop kwamen mijn zoon Joost en zijn meisje Naomi. Zij hadden iets bij zich dat nog veel mooier is dan een zilveren, een gouden of zelfs een diamanten griffel, ze kwamen met de eerste echo van ons nog ongeboren kleinkind. Heb je zoiets wel eens gezien? Zo’n filmpje waarop je het hele kindje ziet bewegen in de moederbuik? Zeldzaam ontroerend, dat kan ik je vertellen. Handjes, voetjes, hoofdje, alles kraakhelder in beeld. Je krijgt zin om je hele tv-scherm te bedekken met kussen. Voor de rest gaat alles ook lekker hier. De film Morrison krijgt een zusje die ik schreef draait in vijfentachtig bioscopen, ik ben bezig aan de musical De diepvriesdames die 1 oktober in première gaat, ik ga de laatste Robin schrijven, en een bundel poëzie voor volwassenen - never a dull moment. Mijn haar is grijs maar mijn geest bloeit als een roos in juni! |
|
Bergen, 5 juli 2008Goed te lezen dat je zo van Morrison hebt genoten. Zelf vind ik de film ook geweldig prachtig en dat hoor je me niet van iedere film die ik schreef beweren. Hij was bedoeld om de kleintjes die altijd maar met tinnef plopgezadeld worden nu eens kwaliteit te bieden. Dat is gelukt, dat bieden, maar bijna niemand neemt het bod aan. De bioscopen blijven leeg als toen jij ging kijken. Het is ook verdorie ieder weekend mooi weer. Als je er op let, valt het je op. Neem deze grauwe week, nou, die wordt fijn afgesloten met puik zomerweer! Daarna, als Margje en ik even naar Texel gaan, regent het weer bakstenen. We zitten nu op ongeveer 50.000 bezoekers. Nou ja, Het zakmes trok destijds maar duizend bezoekers ofzo en die is via achterdeurtjes als festivals, prijzen, tv en canon, toch voor op het podium in de schijnwerpers gekomen. We zien wel. De festivals liggen voor Morrison nog op de loer. Het grote verschil tussen Zakmes en Morrison is, dat in de eerste het onbegrip bij de ouders ligt, terwijl het jongetje precies weet wat er aan de hand is, en in de tweede is het omgekeerd. Natuurlijk zijn er nog veel meer verschillen, maar dit is toch wel het opvallendst, denk ik. Die rooie poes is trouwens veel minder becomputerd dan jij denkt. Ik mocht hem van nabij meemaken en het dier is stijfgedrild. Werkelijk waar, die zit als bevroren in een zaal met duizend schreeuwende kinderen. Net zo makkelijk. De opnames, ik raas maar even door, zijn gemaakt in de buurt van Zeist, het klooster, en in de weilanden rond Purmerend. Ja, Beppie Melissen zat ook in Het zakmes, als de onuitstaanbare juf Til, en de beheerder van het asiel kende ik niet, maar hij schijnt een bekende radiojongen te zijn. Ik zelf zit inderdaad in de scène met al die nonnen bij Klooster op Wielen. Ik drink een kopje koffie. Je kunt me beter zien in de documentaire Het maken van Morrison krijgt een zusje - eindelijk eens fatsoenlijk in het Nederlands gesteld. Mijn moeder keek en zei: ‘Je leek wel een pastoor!’ Ik zei: ‘Dan heb ik goed geacteerd, want ik wás ook een pastoor.’ Ik was ook nog te zien in een programma dat Cabaret & Co heet. Dat ging over Route 66. En ik was op de radio. Ja, ik lijk wel Bek en de Nederlander! Dat Kunststof vond ik heel akelig. Die interviewer ging een potje zitten kijken offie me aan de jank kon krijgen vanwege mijn dode vader, nou, mooi niet. Het was geweldig in Brantgum, in het Friesland van jouw jeugd. We wandelden door de weilanden. Het regende, want de film was toen nog niet uit. We gingen naar het belendende dorp waar Piet Paaltjens op de kansel stond, ooit, en waar ze een monument voor hem bouwden, en waar de enige twee wegen naar hem vernoemd zijn: Piet Paaltjenspad en Francois Haverschmidtweg. Dat is wel sjiek vind ik. Ze kunnen in Brantgum de wegen later herdopen in Martin Reintsweg en Eerste Martin Reintsdwarsstraat en Tweede Martin Reintsdwarsstraat, hebben ze nergens meer omkijken naar. Wij gaan daar overigens nóóóóóóóit wonen, maak je maar geen zorgen. Ik heb inderdaad de terrasjes nodig. Nu de kinderen allen thuis zijn, Marianne terug uit Engeland, Naomi en Joost om ons de fraaiste beelden van hun kind te tonen per echo, en de schilder kleng-klang-steigers tegen onze muren bouwt, trek ik me graag terug op het terras van Café Gorter om een beetje te werken. Zo aan het einde van de middag, eerst twee cappuccini, dan twee witte wijn, dan schiet je lekker op als man. Van jouw Hantum herinner ik mij niets. Ik heb blijkbaar goed opgelet. Dit was het voor vandaag. Alles gaat z’n gang. Het kleinkind groeit naar behoren en vertoont geen gebreken, Marianne is afgestudeerd, Joost zoekt nog een baan en een huis maar dat komt wel goed, Margje verkoopt als een tierelier: vijf in Amsterdam, onlangs twaalf aan de kunstuitleen Leeuwarden en laatst weer vier via de kunstuitleen hier, dus die moet flink aan de kwast wil ze niet uitverkocht raken, en ik won opnieuw een griffel, nu voor Sjaantje. Klagen zou zonde zijn. Lieve groet van ons allen, ook aan je nieuwe kater Bumper. |
|
AgendaOp zaterdag 23 augustus vaar ik tijdens het poëziefestival Vreemde kusten in een bootje door de grachten van Leeuwarden en lees dan gedichten voor aan kinderen en hun ouders. VOOR VOLWASSENEN: Op zondag 24 augustus treed ik met de muziekgroep Boze Oude Mannen op tijdens het festival Koningsduin te Bakkum. Op zaterdag 30 augustus doe ik dat weer tijdens het festival Breaking the waves op het strand van Bergen aan Zee. Op 7 september gaat in Rotterdam tijdens het Gergiev Festival een muzikale voorstelling in premiere die ik schreef voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Met muziek van Vincent van Warmerdam en Almar Kok. Op maandag 8 september treed ik met Marit Törnqvist op tijdens Manuscripta, op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. Op dinsdag 30 september worden de Zilveren Griffels uitgereikt en wordt bekendgemaakt wie de Gouden heeft gewonnen. Op woensdag 1 oktober vindt de premiere plaats van de musical De diepvriesdames, die ik schreef naar een verhaal van Annie M.G. Schmidt. In de schouwburg van Amstelveen. Op zaterdag 4 oktober lees ik voor en signeer ik mijn boeken in Kinderboekhandel Silvester in Leiden. Vanaf 14.00 uur. Op zondag 5 oktober treed ik op tijdens het grote kinderboekenweekpoëziefeest in Maastricht. Op woensdag 8 oktober treed ik met Marit Törnqvist op in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Op zondag 12 oktober is er een groot festival in Maastricht waar veel van wat ik maakte getoond gaat worden: de films, De diepvriesdames. Nader bericht volgt. |
|
|
Lieve lezer, Dit was het nieuws van juli 2008. Oud nieuws kun je elders op deze site vinden. Ik ga nu, NU, beginnen aan Robin en de vallende ster. Dan mag ik straks naar het strand. Lieve groet, Sjoerd |
|